Tropisch Nederland
22 mei t/m 29 augustus 2010

Hoe warm moet het in Nederland worden om de olifant en aap weer terug te krijgen?
Wat zouden we vinden van het nijlpaard en de panter, niet in Artis
maar in onze eigen tulpenvelden? Twee miljoen jaar geleden was het geen probleem om deze
dieren hier tegen te komen, vergezeld van hyena's, panters en bruine beren. Wat
van deze dieren rest zijn tanden, kiezen en botten. Van de planten zijn er
noten, zaden en stuifmeelkorrels bewaard gebleven. Genoeg om het landschap van
toen te reconstrueren. Met levensechte
neushoorns, olifanten, apen, en andere tropische dieren laat Teylers Museum de
temperaturen deze zomer tot grote hoogtes stijgen. De tentoonstelling Tropisch Nederland is van 22 mei t/m 29
augustus 2010 in Haarlem te zien.
De
tentoonstelling toont een grote karavaan opgezette dieren die twee miljoen jaar
geleden in Nederland rondliepen: bevers, herten, neushoorns, paarden, runderen,
olifanten, everzwijnen, apen, hyena's, panters, beren, marters, de tapir en tal
van kleine knaagdieren. Zij worden in relatie met hun fossiele resten getoond;
van kiezen van de makaak tot versteende drollen van de hyena. De metershoge en -lange beelden van het landschap
van toen, doen Tropisch Nederland weer helemaal herleven.
Jonge
bezoekers wanen zich op de tentoonstelling een echte detective. Welke beesten zijn
hier geweest? Een spoor van gedroogde poep, tanden, schedels, pootafdrukken,
zaden en noten leidt ze uiteindelijk naar het antwoord. Gereedschappen als
loepen en tandartsspiegels helpen ze op weg.
Voor de
allerkleinsten is er een tropisch filmhoekje. Met Mowgli, de zwarte panter
Bagheera en beer Balou beleven ze de mooiste avonturen in de jungle.
In relatie
tot de opwarming van de aarde en de daarmee verband houdende
klimaatsveranderingen -met alle gevolgen voor planten en dieren- wordt meteen
een actueel thema aangesneden. Doordat het klimaat natter en warmer wordt, zijn
de afgelopen tien jaar al grote veranderingen in fauna en flora merkbaar
geworden. Warme soorten rukken gestaag op. Zijn we wel zo blij met deze
vreemdelingen? Wat betekent hun komst op de lange duur? De tentoonstelling kijkt dus eerst heel ver
terug, maar neemt ons ook mee naar de toekomst.
De warme fauna en flora is het best bekend uit
de kleigroeven van Tegelen in Midden-Limburg. Er is zelfs een
tijdvak naar deze fossielhoudende laag genoemd: het Tiglien. Teylers Museum
bewaart de grootste collectie fossielen van deze vindplaats. Conservator Eugene
Dubois (1858-1940) vond de plek namelijk heel goed overeen komen met de
vindplaats van zijn rechtopgaande Javamens. Hij hoopte ook in Tegelen
menselijke resten te vinden. Dat was hem echter niet gegund. Wel ontdekte hij een
onnoemelijk rijke zoogdierenfauna, die ons een kijkje gunt in de dierentuin van
toen.
Alvast een indruk krijgen? Bekijk het webfilmpje van VidiNova!


