Munten en penningen
Pieter Teyler had in zijn testament de munt- en penningkunde uitdrukkelijk vermeld als een van de aandachtsvelden van zijn stichting. Hij was zelf verzamelaar op dit gebied en een penningenkabinet met laadjes is herkenbaar op het door Tako Jelgersma gemaakte pastelportret.Teylers penningencollectie vormt het uitgangspunt van de huidige verzameling. Die begon echter pas werkelijk vorm te krijgen toen Mr .A.J. Enschedé (1829-1896), gemeente-archivaris van de stad Haarlem en sinds 1876 lid van Teylers Tweede Genootschap, het Stichtingsbestuur ervan wist te overtuigen, dit deel van de museumcollectie actief uit te breiden.
Enschedé bezat zelf een belangrijke numismatische collectie, die hij aan het museum vermaakte. Door zijn toedoen werd in 1888 de verzamelaar Theodorus Marinus Roest (1832-1898) benoemd tot numismatisch conservator. Roest legateerde zijn eigen, belangrijke collectie Gelderse munten aan het museum. Het was onder Roests bewind dat het Kabinet eindelijk beschikking kreeg over een permanente expositieruimte, met speciaal door hem ontworpen vitrines. Een deel van de collectie was geëxposeerd, maar in de met glas afgedekte laden onder de vitrines konden belangstellenden de rest van de verzameling consulteren.
De collectie omvat nu zo'n 7500 penningen, daterend van de vijftiende eeuw tot heden. De verzameling munten bestaat uit circa 800 Romeinse en Byzantijnse munten en circa 4700 Nederlandse en buitenlandse munten. Dank zij de hoge kwaliteit van de meeste stukken is de verzameling één van de belangrijkste in Nederland.































_tmnk_schelpgeld.jpg)





































