Teylers Museum

Spaarne 16
2011 CH Haarlem, NL
T [+31] (0)23 516 0960
E info@teylersmuseum.nl
W www.teylersmuseum.nl
Perscontacten:
E pers@teylersmuseum.nl

Groepen, zakelijke gasten en leveranciers
s.v.p. melden bij de dienstingang
Nauwe Appelaarsteeg 3
2011 HA Haarlem
T 023 5160969 (Meldkamer)

Ontdekking en verwondering

Teylers Museum is het product van de Verlichting. In deze periode van de geschiedenis werd de wereld in kaart gebracht en geclassificeerd. Soms heel letterlijk, in kostbare atlassen en botanische overzichtswerken; in andere gevallen door onderzoek te doen naar nieuwe scheikundige elementen (zuurstof) of natuurkundige verschijnselen (electriciteit). Mineralen werden verzameld en ingedeeld volgens nieuwe classificatieprincipes.

Boeken, mineralen en instrumenten
In de bibliotheek van Teylers Museum zijn kostbare atlassen te vinden van Blaeu en Ottens en zeldzame botanische werken, zoals het enige Nederlandse exemplaar van Audubon’s The Birds of America. In de Ovale Zaal staan de instrumenten opgesteld waarmee Martinus van Marum onderzoek deed naar zuurstof en electriciteit. In dezelfde zaal is ook de mineralencollectie te vinden, nog steeds geordend zoals in de achttiende eeuw.

De enorme variëteit aan menselijke kennis en kunde werd in omvangrijke encyclopedieën bijeengebracht. De eerste aankoop van Teylers Museum was de Encyclopédie van Diderot en d’Alembert. Van haar opvolger en concurrent, de Encyclopédie Methodique, bewaart Teylers Museum het meest complete exemplaar ter wereld (195 banden).

Sterren en fossielen
Ook de hemel gaf zijn geheimen prijs: de astronoom William Herschel ontdekte in 1781 voor het eerst sinds de Klassieke oudheid een nieuwe planeet: Uranus. De zelfgemaakte telescoop waarmee hij de ontdekking deed, was vermaard. Martinus van Marum bezocht Herschel in 1790 en kocht een van zijn krachtige telescopen. Het instrument is tot op de dag van vandaag te zien in de Ovale Zaal. Op de dak van de Ovale Zaal was een Sterrenwacht gebouwd om ook in Haarlem de hemel te kunnen verkennen.
Fossielen zetten aan tot misschien wel de grootste vraag: waar kwam al deze rijkdom vandaan? Wat was de oorsprong van het leven? Een van de topstukken uit de fossielencollectie van Teylers Museum speelde een sleutelrol in deze discussie.

Volgens de geldende Zondvloedtheorie werden fossielen gezien als de overblijfselen van het leven voor de Zondvloed. De zogeheten Homo diluvii testis (mens getuige van de zondvloed) werd lang beschouwd als de fossiele resten van een mens die de vloed niet overleefd had. Martinus van Marum kocht het fossiel aan voor het museum, maar geloofde niet dat het om een mens ging. De Franse anatoom Georges Cuvier wist bij zijn bezoek aan Teyler in 1811 aan te tonen dat de Homo diluvii in feite het fossiel van een reuzenhagedis was. Hij durfde het als eerste aan te beweren dat soorten konden veranderen en geldt daarmee als een belangrijk voorloper van Charles Darwin.

Populariseren van nieuwe kennis

De rol van Teyler als kennisinstituut bij het formuleren van antwoorden op de grote wetenschappelijke vragen van de tijd- en het toegankelijk maken van nieuwe inzichten, werd op het gebied van de paleontologie voortgezet door Tiberius Cornelius Winkler (1822-1897), conservator van het Paleontologisch-Mineralogisch Kabinet en belangrijk popularisator van de natuurwetenschappen. De eerste Nederlandse vertaling van Darwins On the Origin of Species (1859) is van Winklers hand en verscheen al een jaar na publicatie van de oorspronkelijke Engelse editie.

 

Atlas major 143b-C51

Mineralen Ovale Zaal


Planetarium  722

E-mail Teylers Museum